Van A(.I.) naar beter…

Het doel van het onderwijs is om de ontwikkelingsmogelijkheden, die voor ieder kind verschillend kunnen zijn, optimaal te ontplooien en ze tegelijkertijd voorbereiden op de wereld die komen gaat.

De vraag die elke docent zichzelf zou moeten stellen is of bovenstaande van toepassing is op het onderwijs wat je aan jouw leerlingen aanbiedt. Daarbij zou je dus moeten kijken naar de vaardigheden en concepten die steeds belangrijker worden in de moderne wereld in relatie tot de kennis en vaardigheden die de leerlingen bij jouw vak leren.

Vaardigheden en concepten die naast een brede basiskennis belangrijk zijn voor de moderne wereld zijn o.a.:

  • Digitale geletterdheid
  • Kritisch denken en probleemoplossing
  • Creativiteit en innovatie
  • Communicatie
  • Samenwerking

 

Nu is ons onderwijs in de kern vaak nog hetzelfde als 120 jaar geleden en zitten leerlingen het grootste deel van de tijd in de schoolbanken individueel aantekeningen te maken, leerstof te oefenen en te luisteren naar de docent. Zodat ze een paar weken later een goed cijfer kunnen halen, alles weer mogen vergeten en doorgaan naar het volgende onderdeel.

De ontwikkeling van nieuwe technologieën binnen het onderwijs heeft aan bovenstaande weinig veranderd en onterecht komen we hier in het onderwijs al heel erg lang zonder directe consequenties mee weg. Als je kijkt naar de snelheid waarmee technologische ontwikkelingen elkaar op dit moment opvolgen wordt de discrepantie tussen het aangeboden onderwijs en de benodigde kennis en vaardigheden in de moderne wereld steeds sneller steeds groter.

Een mooi voorbeeld hiervan is A.I. (kunstmatige intelligentie) waarbij onderwijsland opeens wakker werd geschud en vooral het sentiment overheerste dat de geest maar snel terug in de fles moest worden gestopt. Wat men niet beseft is dat A.I. al jaren onderdeel is van de wereldwijd meest gebruikte Internettoepassingen en dat de enige verandering de zichtbaarheid en de toepassing voor de gebruiker is.

Daarbij kun je ook direct de vraag stellen of docenten zelf voldoende professionaliseren om deze nieuwe kennis en vaardigheden binnen hun onderwijs aan te kunnen bieden.

Neem bijvoorbeeld de hoeveelheid informatie waar leerlingen dagelijks mee te maken hebben. We bevinden ons midden in de digitale revolutie waarbij alles draait om informatietechnologie. Staan we er als school wel eens bewust bij stil om hier structureel aandacht aan te besteden waardoor docenten en leerlingen hun werk in minder tijd, met minder inspanning en meer slagkracht doen?

Technologie dwingt ons om na te denken over waar we de nadruk binnen het onderwijs op willen leggen en welke verschuivingen er plaats moeten vinden.

ai

Denk hierbij bijvoorbeeld aan:

Vakspecifieke memorisatie:In de moderne wereld, waar informatie gemakkelijk toegankelijk is via internet en andere digitale bronnen, kan de nadruk verschuiven van het onthouden van specifieke feiten naar het begrijpen van concepten, kritisch denken en het toepassen van kennis in verschillende contexten.

Schrijven met de hand: Met de toenemende digitalisering en het gebruik van elektronische apparaten, kan de nadruk op het schrijven met de hand verminderen. Toekomstige communicatie kan zich meer richten op typen, spraakgestuurde interfaces en digitale notities.

Spelling en grammatica: Hoewel het nog steeds belangrijk is om correct te kunnen spellen en grammaticale regels te begrijpen, kunnen technologische hulpmiddelen zoals spellingcontrole en grammaticacheckers de behoefte aan traditionele spelling- en grammaticavaardigheden verminderen.

Geografie:Terwijl geografische kennis nog steeds waardevol is, kunnen de opkomst van digitale kaarten, GPS-navigatie en geografische informatiesystemen (GIS) de manier waarop we geografische informatie gebruiken en benaderen veranderen. De nadruk kan verschuiven naar het begrijpen van ruimtelijke relaties en het analyseren van geografische gegevens.

De wijze waarop technologie een steeds grotere rol gaat spelen in ons leven vraagt ook om een andere manier van leren waarbij juist technologie ook kan helpen. Dit zou veel meer gericht moeten zijn op:

Actief leren:Moedig actieve betrokkenheid van leerlingen aan door middel van praktische activiteiten, groepsdiscussies, projecten, experimenten en probleemgestuurd leren. Dit stimuleert hun betrokkenheid en helpt bij het opbouwen van begrip en het toepassen van kennis in verschillende contexten.

Interdisciplinair leren: Stimuleer het verband tussen verschillende vakken en integreer onderwerpen en concepten uit verschillende disciplines. Dit helpt leerlingen om complexe problemen aan te pakken en te begrijpen hoe kennis in de echte wereld wordt toegepast.

Kritisch denken en probleemoplossend leren: Ontwikkel de vaardigheden van leerlingen om kritisch te denken, problemen te analyseren en oplossingen te bedenken. Moedig hen aan om vragen te stellen, informatie te evalueren, verschillende perspectieven te overwegen en creatieve oplossingen te bedenken.

Betekenisvolle contexten: Plaats het leren in relevante en betekenisvolle contexten die aansluiten bij de ervaringen en interesses van leerlingen. Dit helpt bij het vergroten van de motivatie en betrokkenheid van leerlingen.

Formatieve evaluatie:Gebruik formatieve evaluatiemethoden, zoals feedback, zelfevaluatie en peer-feedback, om voortdurend inzicht te krijgen in de voortgang en behoeften van leerlingen. Dit stelt leerlingen in staat om hun eigen leren te monitoren en helpt docenten om hun instructie aan te passen.

Naast dat de individuele docent dus zou moeten kijken hoe relevant het door hem geboden onderwijs is en of dit het beste is voor de leerling met oog op de toekomst, zouden scholen dat als geheel ook moeten doen.

Steek jij al je hoofd boven het maaiveld uit om samen met collega’s een echt effectieve leeromgeving te bewerkstelligen waarbij technologie ons onderwijs helpt en versterkt?

Facebook
WhatsApp
Twitter
LinkedIn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *